Inleiding

Hoeveel werelden zijn er niet door het naar leefruimte hunkerende alles overheersende, en expanderende menselijke ras in bezit genomen en opgenomen in de door hun zo hoog gewaardeerde moderne beschaving. Werelden die eens glansden in het licht van hun zon , vol van leven en onaangetaste natuurlijke rijkdommen , zonder vervuiling en overbevolking, en een nog niet verstoord evenwicht , waar planten en dieren in harmonie met elkaar leefden. Het is altijd nog zo geweest, de mens ontdekt zo’n onbedorven exotische paradijs en herschept het naar z’n eigen beeld, en het zal wel altijd zo blijven , waar de mens komt moet de natuur wijken. Wat er overblijft van de eens zo prachtige inheemse flora en fauna zijn de parken en tuinen van de rijken ,waar de ongetemde wildernis is gereduceerd tot het tamme van zijn glans ontdane parklandschap.

Advertenties